EU legt België dwangsom op omdat Brussel richtlijn over snel internet niet omzet

brussel – belgië moet de europese makelaarsprovisie een dwangsom van 5. 000 euro per dag voldoet zolang het brussels hoofdstedelijk kunstzijde een voorschrift niet heeft omgezet die de uitrol van snel internet vergemakkelijkt en stimuleert. Dat staat maandag in een nieuw hechtenis van het europees hof van justitie. Brussel heeft één specifieke paragraaf van de voorschrift nog niet omgezet, aldaar het ervan overtuigd is dat het federale materie betreft. De voorschrift dateert van 2014 en moest vertoon op 1 januari 2016 in nationale wetgeving omgezet zijn. Het opzet is om bestaande infrastructuur van nutsbedrijven aan te keren om breedbandinternet sneller en goedkoper uit te rollen. Door leidingen, kasten, masten en andere installaties open te poneren, zouden de kosten voor het ontrollen van snel internet tot 30 percent teruggedrongen moet kunnen worden. Aldaar op die manier ingrijpende infrastructuurwerken tot een ondergrens begrensd geworden, kan de installatie van zulk netwerken ook een pak sneller gaan. Teglijktijdig moet vergunningsprocedures te een termijn van slechts een paar maanden geworden afgerond. Omdat belgië de voorschrift nog niet volledig heeft omgezet, startte de europese makelaarsprovisie een inbreukprocedure. Het vroeg van de rechters bij het europees hof om belgië te veroordelen én een dwangsom van iets meer dan 6. 000 euro per dag op te leggen. In zijn hechtenis poneert het hof maandag vast dat belgië – en meer specifiek op het niveau van het brussels kunstzijde – waarempel in gebreke is gebleven. Er wordt ons land een effectieve dwangsom van 5. 000 euro per dag opgelegd, te voldoet totdat de voorschrift in heel belgië is omgezet. Navraag leert dat het hersenbreker zich situeert op het niveau van paragraaf 5 van wetsartikel 4 van de bewuste richtlijn. Erin staat dat de exploitanten van bestaande netwerken hun infrastructuur moet openstellen voor verificaties door ondernemingen die breedbandnetwerken wensen aanleggen. Brussel betwist echter dat het ter zake gerechtigd is en beweert dat dit federale materie betreft. Bedenkelijke primeurop het regering van minister van telecommunicatie philippe de backer ( open vld ) luidt het dat het bipt, het belgisch instituut voor postdiensten en telecommunicatie, de zaak onderzoekt. Het gaat na welke niveau nu nuchter gerechtigd is en hoe het hersenbreker zo snel denkbaar kan opgelost worden. België valt met deze zaak verder een bedenkelijke primeur te beurt. Het is de eerste keer dat een lidstaat zo vroeg in een proces die door de makelaarsprovisie aangespannen is, veroordeeld wordt tot een dwangsom. Voor deze kans door het verdrag van lissabon geboden werd, duurde het soms jaren voor een land dat in een eerste hechtenis veroordeeld was, in rangtelwoord autoriteit tot een dwangsom veroordeeld werd. Door veel voorheen een financiële sanctie op te neerzetten, moet lidstaten er nog sterker toe aangezet geworden om europese richtlijnen in nationale wegslijpen om te deponeren, is de gedachtegang van het hof. Eventueel krijgt de belgische primeur navolging in andere arresten.